woensdag, november 23, 2016

Nieuw in Nederland - praten met een statushouder

Toen De Correspondent liet weten dat ze het project 'Nieuw in Nederland' gingen doen, heb ik me aangemeld. Kort over het project: 300 leden van De Correspondent lopen in 6 maanden een paar keer een vragenlijst door met een statushouder (iemand die een verblijfsvergunning heeft gekregen) 'bij hen in de buurt'. Naast een inkijk hoe het 'vluchtelingen' vergaat in Nederland, zorgt het dat ik nu ook met een Syriër praat, in plaats van alleen over Syriërs.



Moos (niet zijn echte naam) vertelt me dat hij in Syrië arts was. Hij was rijk in Syrië. Hij laat me foto's zien van zijn huis. Een 'gemiddelde Nederlander' zou zich er niet voor schamen, misschien zelfs graag ruilen, laat staan de Nederlanders die minder dan gemiddeld hebben. Moos vertelt me dat hij 4 kinderen heeft, zijn vrouw verloskundige was in Syrië, hij elk jaar de nieuwste smartphone kon kopen etc. Maar toen ISIS/ISIL/Daesh zijn woonplaats Raqqa veroverde en op een dag op de stoep stond, kreeg hij te horen dat hij voor ISIS moest gaan werken. Hij begreep dat hij weinig keus had. Die avond nog besprak hij de opties met zijn vrouw. En vluchtte 's nachts per bus naar Turkije. In april 2014 kwam hij naar Nederland, volgens hemzelf als 1 van de eerste Syriërs. Het voordeel: er waren nog geen enorme wachtrijen, en hij werd snel 'behandeld'. Het nadeel: hij was moederziel alleen in een vreemd land, geen landgenoten etc.

In 2015 mocht hij ook zijn vrouw en kinderen over laten komen.

Op de vraag wat hij het fijnst vindt aan Nederland, antwoordt hij "dat mijn kinderen het goed hebben en veilig zijn". Zijn kinderen gaan voor alles; als die het goed hebben, is hij ook blij. Hij kan ze met de uitkering die hij krijgt echter niet het leven geven wat hij ze in Syrië kon geven; nu staat hij bij de kledingbank, en dat doet hem pijn, want wie wil er zijn kinderen nu niet alles geven?

Moos praat al aardig Nederlands, alhoewel de uitspraak lastig voor hem is; zijn kinderen lachen er thuis regelmatig om, vertelt hij lachend. Hij doet vertaalwerk Arabisch<>Nederlands voor het vrijwilligersbureau en zo nodig is hij tolk als er nieuwe vluchtelingen zijn die weinig anders dan Arabisch spreken. Hij baalt er van dat hij zo weinig les kan krijgen om zijn Staatsexamen af te ronden. Hij doet er met het opgelegde tempo 3 jaar over. Hij zou dolgraag vaker les hebben, en dan b.v. in 1 jaar klaar zijn. Hij wil aan de slag. Als arts.

In de tijd die hij nu heeft omdat hij niet kan werken, heeft hij, via YouTube, onder meer taarten leren bakken. Hij laat wat foto's zien. Je kent ze wel van je kennis die zo goed is in taarten bakken, dat soort taarten.

Hij vertelt dat hij maandelijks contact kan hebben met zijn familie in Syrië, via WhatsApp en Facebook. Hij heeft een grote familie, en die mist hij vreselijk, zijn moeder voorop. Zijn vader is in 2013 gestorven bij een bombardement.

Moos is er van overtuigd dat andere landen achter de ellende in Syrië zitten. Irak misschien, Turkije, Amerika ... die hebben nu allemaal gratis olie volgens Moos. Volgens Moos denken veel Syriërs dat 1 of meer van die landen achter de ellende zitten. Ik merk bij mezelf de neiging om 'voor het Westen' op te komen, maar weet maar al te goed dat ik nooit zeker kan weten of en welke vuile spelletjes er gespeeld worden in de coulissen van het wereldtoneel.

Ik probeer me voor te stellen hoe dat zou zijn, in zijn schoenen. Binnen 12 uur moeten besluiten je land te ontvluchten, alles en iedereen achter latend. In een land terecht komen waar je niemand kent, de taal niet spreekt, niets hebt. Alles opnieuw moeten opbouwen. Zo graag aan de slag willen in het vak waar je hard voor hebt geleerd. Waarderen dat je ergens veilig ben, opgevangen wordt. Je gezin over kunnen laten komen. De blijdschap. Maar dan ook de situatie dat je maar net rond kunt komen, en dan terugdenkt aan wat je had.

Moos vertelt dat hij blij is, maar zich ook vaak alleen voelt, vooral 's avonds, als hij gaat slapen en alles overdenkt. Hij kijkt elke dag hoe het in Syrië gaat. Ze zouden graag terug willen. Hij heeft geopperd kinderen van vluchtelingen les te willen geven in Arabisch: zodat ze de taal niet verleren, en een eventuele terugkeer ooit makkelijker zal zijn. Zijn beeld is dat Nederlanders goed weten wat er in Syrië speelt; ik bedenk me dat hij natuurlijk alleen Nederlanders spreekt die 'niet bang voor hem zijn'. Ik moet hem volgende keer vragen of hij dan geen vervelende dingen meemaakt, gepest of uitgescholden wordt.

Ik bedank Moos voor zijn tijd. En kijk uit naar de volgende vragenlijst, naar het volgende gesprek.

Heb je vragen of opmerkingen? Ik hoor ze graag!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen