dinsdag, april 28, 2009

Beter presenteren via debateren?


Het team van Mijn Kind Online waar ik bij betrokken ben had op een bijeenkomst een sessie georganiseerd waarbij Europees- en Wereldkampioen debatten, Sharon Kroes (van debat.nl) vertelde hoe hij zich voorbereidde op debatten. Hij vertelde dat zijn voorbereiding ook goed te gebruiken is als je b.v. een presentatie moet doen.

Voor debat-wedstrijden en -demonstraties krijgt hij de opdracht om over onderwerpen en stelling te debatteren waar hij op zich inhoudelijk vaak niets van af weet. Wat veel mensen doen is dan brainstormen over/zich concentreren op de inhoud. Maar dan beperk je jezelf direct sterk: tot wat je weet. Het is beter 1st op een rij te zetten welke partijen allemaal een rol spelen bij het onderwerp. Met een mooi woord: wie/wat zijn de stakeholders? Moet je bv iets doen rond een dierentuin, dan kun je denken aan bezoekers (die je evt kunt opsplitsen in kinderen, babies, mannen, vrouwen, honden, bejaarden, blinden, rolstoel-gebruikers etc), de directie, oppassers, schoonmakers, de gemeente, het Rijk, andere dierentuinen, milieu-/natuurgroepen, leveranciers, shop-houders, poep-recycle-bedrijven...

Als je dat op een rij hebt, vraag je je af wie je publiek is: wie zit er zometeen naar je te kijken? Waarom komen ze? Wat denken ze te gaan horen? En vooral: wat houdt HEN bezig? Het gaat nl tijdens de presentatie niet om jou en om wat je weet, maar om wat je publiek wil horen/weten. Mocht je inschatten dat de mensen in de zaal een sterk uiteenlopend kennis-nivo hebben, start je verhaal dan op het laagste nivo (introductie) en probeer snel omhoog te schakelen.

Combineer dan wat je hebt bedacht: je stakeholders, en wat ze willen weten. En bouw daar je presentatie omheen. Een voorbeeld: de gemeente heeft de parkeertarieven verhoogd en organiseert een bijeenkomst voor de buurt. Nu is het handig te weten (ik wist dat niet) dat buurtbewoners een parkeerkaart hebben. Als de tarieven te laag zijn, moeten ze langer zoeken naar een parkeerplek. Speel daar op in: je vraagt hoe vaak mensen (te) lang moeten zoeken naar een parkeerplek. En dat je daaraan wat wil doen door verhoging van de tarieven.

Begin ook, na de opwarmer, met het probleem. Als je eerst het plan presenteert (en dat gebeurt nog vaak), ontstaat mogelijk gelijk weerstand. Liefst sluit je aan bij iets wat je publiek als probleem/problemen ervaart, en benoem je dat. Of je vraagt er naar. Ga dan niet problemen en oplossingen door elkaar bespreken: 1st zet je de problemen op een rij. Daarna welke oplossingen er zijn.

Wat verder van belang is:

- in het begin van je verhaal zet je de toon: ben je dan vooral lang zelf aan het woord, dan wordt het lastiger mensen aktief te krijgen. Stel ze dus zo snel mogelijk een vraag;
- stel al snel na je introductie een losmaak-vraag: een niet te moeilijke vraag waarop iedereen eigenlijk wel kan reageren door bv de hand op te steken. Voorkom dat je 2 groepen maakt in je publiek (door bv te vragen wie er meer verdient dan een ton per jaar: dan heb je dus de sloebers tegen de rijken, en dat wil je niet). Als mensen eenmaal een keer gereageerd hebben, zijn ze over de schroom heen en in de rest van de sessie ook actiever;
- bouw je verhaal op: benoem waar je het over gaat hebben (kan via een agenda, men noemt dit ook wel labeling). Dat doe je niet alleen voor je hele presentatie, maar ook voor subonderdelen. Daarna volgt je redernering/betoog. En dan volgen illustraties: voorbeelden, waarmee je je verhaal duidelijk maakt;
- laat mensen in de zaal aan het woord: mensen die praten, zijn positiever over de sessies. Luister uiteraard goed, en reageer eventueel op wat ze willen/zoeken;
- verwoord dingen positief. Niet 'we gaan vandaag niet discussieren', maar 'we gaan vandaag presenteren en vragen verzamelen. Later gaan we...'.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen